Leekleek

Geschiedenis

HET ZUIDELIJK WESTERKWARTIER

Het Zuidelijk Westerkwartier van de provincie Groningen, waartoe naast de gemeente Leek ook de gemeenten Marum en Grootegast behoren, is van oorsprong een veengebied.
Het veen ontstond ongeveer 5.000 jaar geleden op de laagste zandgronden. In het gebied liggen twee zandruggen, Langewold en Vredewold, die vanuit Friesland in de richting van de stad Groningen lopen. Tussen deze ruggen bevond zich - onder invloed van de zeearmen van de Noordzee - een rnoerasgebied, waardoor vroeger goede verbindingen vanuit dit gebied met de stad Groningen erg moeilijk waren.

Het Zuidelijk Westerkwartier is nog steeds het minst Gronings van de Groningse gewesten. De Friese invloed is duidelijk merkbaar in het Westerkwartierse dialect.

Het gebied moet voor het jaar 1000 reeds bewoond zijn geweest. Friese en Drentse kolonisten vestigden zich op de zandrug Vredewold. De woeste grond werd ontgonnen voor en achter de boerderij. Door gebruik te maken van bomen als perceelscheiding, ontstond in dit gebied de zo kenmerkende opstrekkende percelering in een coulisselandschap. De eerste bewoningsas werd gevormd door het Hokmer- en Malijkse pad. In de 16e eeuw werd de (zand)weg tussen Marum - Nuis - Niebert - Tolbert in gebruik genomen, de huidige provinciale weg die nu doorloopt via Midwolde, Lettelbert en Oostwold.

Als er door deze bewoners veen afgegraven werd, gebeurde dat enkel en alleen voor eigen gebruik.
De komst van de Groninger edelman Wigbold van Ewsum uit het Groningse Middelstum bracht daarin verandering. Hij vestigde zich in 1508 te Marum en rond 1521 in Tolbert, om in 1525 in Midwolde zijn Nieuwe oord, "Nienoord" te bouwen, van waaruit de verveningen grootschaliger werden aangepakt. In het Zuidelijk Westerkwartier was namelijk sprake vaneen Hoogveenmoeras, de zgn. Nienoorter en Smilder Venen. Voor een commerci�le turfwinning was de grondstof, het veen aanwezig. Ook waren er afzetgebieden, o.a. de stad Groningen, bierbrouwerijen, steen- bakkerijen, enz. Wat nog nodig was, was een infrastructuur in de vorm van het Leekster Hoofddiep, de eerste veenkoloniale vaart in de provincie Groningen.

Het laten graven van dit kanaal met de vele sluizen en bruggen, heeft de familie Van Ewsum heel veel geld gekost. Aanvankelijk waren de opbrengsten laag en ook door de Schansenoorlog rondom de stad Groningen (1580-1594) ging Nienoord failliet. Pas in de 17e eeuw werd er winst gemaakt.
De latere bewoners van Nienoord (door aanhuwelijking), het Oostfriesche geslacht Von lnn und Kniphausen, leefden rijk en zouden tot het einde van de 8e eeuw in het gebied oppermachtig blijven

TOLBERT

De naam Tolbert komt voor het eerst in de 15e eeuwse archivalia voor.

In het Munsterse dekenaatregister wordt het Antiqua Berth genoemd.Omstreeks het jaar 1000 staat de naam Fredewalda opgetekend in hetgoederenregister van de abdij Werden-aan-de-Ruhr in Duitsland en moethet dorp deel hebben uitgemaakt van een Friese nederzetting. De Friezenkoloniseerden namelijk in die tijd ook in Drenthe en NW-Overijssel. Inde 16e eeuw werd in Vredewold nog Fries gesproken.

De vermelding van Fredewalde (Vredewold) kan betekenen, dat er inVredewold nog geen dorpen waren of dat het ene dorp Vredewold heette.Dit ene dorp moet het tegenwoordige Tolbert zijn, dat zich omstreeks1000 heeft uitgestrekt van Nuis tot de Midwolder grens en waarvan dekerk waarschijnlijk stond waar thans de Tolberter kerk staat. Dit kanworden afgeleid uit de namen Tolbert (oude buurt) en Niebert (nieuwebuurt). Deze kerk dateert uit de 12e eeuw.

Tolbert is lange tijd een agrarisch dorp geweest. Ondanksindustrialisatie en het aaneengroeien van Leek en Tolbert, is het eigenkarakter van dit oude dorp behouden gebleven. In de Hoofdstraat, meteen aantal gezellige winkels, warme bakker, ambachtelijke slager enandere bedrijven, is die eigen sfeer, mede dankzij dorpsvernieuwing,nog steeds aanwezig.

LEEK

Na de stichting van Nienoord (1525) begonnen de verveningen met hetgraven van het kanaal het Leekster Hoofddiep. Hoogteverschillen maaktende aanwezigheid van sluizen nodig. Rond sluizen zijn op meerderelocaties in ons land plaatsen ontstaan. Zo ook bij de sluis in "DeLeke". Hier werd tevens een verdedigingsschans aangelegd. Deze schansis nog heel lang in het dorpsbeeld zichtbaar geweest. Nu staatwinkelcentrum De Liekeblom op het voormalige schansterrein.

Leek werd in 1660 kerkdorp, door een schenking van de Vrouwe van Nienoord.

Het dorp groeide, mede door bedrijven die met scheepvaart te makenhadden. Schepen kwamen niet leeg terug; turfvaart ging over inhandelsvaart. Het Leekster schippersgilde getuigt nog van dit roemrijkeverleden. Leek was zelfs thuishaven van Oostzeevaarders, De straatnaamSchreiershoek was de plaats waar afscheid voor langere tijd vandierbaren word genomen. Er kwamen scheepswerven, een leerlooierij eneen aantal molens.

Aan het einde van de 17e eeuw, begin 18e eeuw vestigden zich in LeekJoodse handelslieden. Hoewel nooit zo groot in aantal, wellicht tussende 60 en 100, gaven zij Leek een imago van levendigheid. Aan hetLeekster Hoofddiep, vlakbij de Tolbertervaart ligt de JoodseBegraafplaats, opgericht in 1793. Een Joodse begraafplaats moest in dietijd, volgens Joodse regels, 1500 meter buiten de bebouwde kom van hetdorp liggen.

De kanalen als doorgaande route

De kanalen, gegraven ten behoeve van de verveningen, werden belangrijkals vaarweg vanuit het Zuidelijk Westerkwartier, via het Leekstermeernaar de stad Groningen. Te voet naar Leek, van daaruit per trekschuit,later per stoomboot naar de stad, was eveneens een gebruikelijkereisroute.

Al voor de Tweede Wereldoorlog bleek dat het vervoer over land hetvervoer over water ging verdrijven. in 1913 bracht de stoomtramDrachten - Groningen daarin al verandering. Tot 1948 werden op de lijnpassagiers vervoerd, tot 1 juli 1985 goederen. De lijn is daarnaopgebroken.

De bij de verveningen vrijgekomen landbouwgrond werd verkocht aan deveenarbeiders, die er een klein boerenbedrijf stichtten. Na de TweedeWereldoorlog konden deze boeren van hun bedrijfjes (veelal 1-5 ha.)niet meer rondkomen. Het zijn nu veelal woonboerderijtjes geworden. Erontstond behoefte aan nieuwe werkgelegenheid. In 1959 werd Leekaangewezen als industriekern.

ENUMATIL

Enumatil ligt in een gebied dat vroeger (1200 - 1400) veel last moethebben gehad van overstromingen. De monniken van Aduard hebben in ditgebied veel aan waterbeheersing gedaan. De eerste brug van Enumatil isrond 1445 geslagen. In 1582 legden de Spanjaarden rond Enumatil eenverdedigingsschans aan ter bescherming van de vaarroute van en naar deSpaansgezinde stad Groningen. In 1744 telde Enumatil slechts veertienhuizen.

Ruim tachtig jaar later zag het dorp er heel wat florissanter uit. Ditblijkt uit het rapport dat het hoofd van de openbare lagere school in1828 moest maken. Er waren twee kasteleins, twee winkeliers, eenbakker, een schoenmaker en een timmerman, ook waren er twee molens ende brug over het Hoendiep was een zogenoemde klapbrug.

De weg Groningen - Enumatil - Marum werd in 1859 door de provincieGroningen verbeterd. De nieuwe grindweg was voor de postkoets "ideaal".Het Hoendiep was de belangrijkste vaarweg tussen Groningen en Frieslanden op deze kruising van weg en water floreerde het dorpsleven. E�nmolen is gerestaureerd en daardoor behouden gebleven.

MIDWOLDE

Midwolde is één van de oudste dorpen van Vredewold. Haar kerkdateert uit de 1219 eeuw. Hier was het waar Wigbold van Ewsum zichvestigde om de verveningen van het gebied aan te pakken. Omdat Leek nogniet bestond in die tijd werd er dan ook nog gesproken van "Nienoord teMidwolde" in plaats van "Nienoord te Leek".

De Van Ewsums en de latere heren van Nienoord hebben altijd deMidwolder kerk als de kerk van Nienoord beschouwd. De kerk van Midwoldeis beroemd geworden door het praalgraf van Anna van Ewsum, gebeeldhouwddoor Rombout Verhulst. Het praalgraf is in opdracht van Anna van Ewsumgemaakt nadat haar eerste echtgenoot, Carel Hieronymus von lnn undKniphausen, was overleden. Toen Georg Wilhelrn von Inn und Kniphausen,haar tweede echtgenoot, overleed, liet ze een staand beeld van hem bijhet eerste beeld plaatsen. Dit is vervaardigd door Bartholomeus Eggers.

Midwolde is een rustig, agrarisch streekdorp, dat haar eigen karakter goed bewaart.

LETTELBERT

Evenzo zal het Lettelbert zijn vergaan. Van dit dorp vertelt de naamreeds dat het nimmer groot is geweest. De naam betekent immers Lutje-of kleine buurt. De uitgang "bert" (buurt) moet uit het Fries afkomstigzijn (Tjallebert, Luinjebert) en komt ook voor in de namen Tolbert enNiebert.

Het kerkje van Lettelbert is vermoedelijk in de 14e eeuw gebouwd.Kloostermoppen, die in het kerkgebouw verwerkt zijn, wijzen daarop. Dekerk is in bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken.

OOSTWOLD

In het kader van visrechten van het Leekstermeer is in 1449 voor heteerst sprake van het kerspel Oostwold. Het dorp Oostwold bestond al in1514, want blijkens geschiedkundige gegevens werden kerk en dorp toengeteisterd door oorlogsgeweld. Rond 1635 was De Gave een belangrijkevaarweg tussen Groningen en Leeuwarden.

In 1828 - het jaar waarin alle hoofdonderwijzers een rapport over hundorp moesten schrijven - was er ten aanzien van Oostwold slechts sprakevan een kerk, een pastorie en een winkel. In 1846 bestond Oostwold uittwaalf woningen en zestig inwoners.

De weg Midwolde - de Poffert werd pas in 1861 aangelegd, waardoorOostwold uit haar isolement werd verlost. Het kwam te liggen aan debelangrijke wegverbinding Groningen- Heerenveen. Deze weg moest tot dekomst van de A7, aangelegd in 1959-1960, alle verkeer verwerken.

Oostwold is eigenlijk geen agrarisch dorp geweest. De komst van destrokartonfabriek Erica 11 (aanvankelijk aardappelmeelfabriek) in 1914gaf het dorp een ander karakter dan de overige dorpen in dit gebied.

Oostwold heeft een hechte dorpsgemeenschap. Het dorpshuis, het sportpark en de openbare school zijn van recente datum.

ZEVENHUIZEN

De naam Zevenhuizen doet niet direct denken aan een groot dorp, maarinmiddels is het aantal huizen groter dan de zeven die in de naamvoorkomen.

Zevenhuizen is een jong dorp. Eeuwen was van een dorp geen sprake,slechts van een woest hoogveengebied. Dit veen werd aanvankelijk in hetverlengde van de landerijen van Vredewold (met Tolbert als hoofdplaats)door de boeren op kleine schaal afgegraven en ontgonnen.

Na de vestiging van de Van Ewsurns op Nienoord werd de verveninggrootschalig aangepakt. Aan de talrijke kanalen (wijken) vanZevenhuizen is het patroon van een veenkolonie duidelijk te herkennen.Langs deze kanalen hebben de zandwegen gelegen, die inmiddels zijngeasfalteerd.

Een grote veenbrand, als gevolg van boekweitbranden op 11 juni 1833,verwoestte een belangrijk deel van het veen tussen De Wilp en Leek endaarmee grotendeels ook Zevenhuizen. Het oorspronkelijke dorpZevenhuizen lag richting Oude Streek. Na de brand is het huidige dorprond de afslag Everstwijk weer opgebouwd. De door de brand werkloosgeworden veenarbeiders konden aan de slag bij de aanleg van hetzogenoemde Commissiebos, toen 47 ha. groot, maar later weer gerooid omplaats te maken voor cultuurgrond. De geschiedenis van het Commissiebosis in de straatnaam bewaard gebleven. Bij de brand kwamen vier personenom, gingen ruim 60 huizen in vlammen op en werd 1.167.000 ton turfvernietigd.

Zevenhuizen werd in 1835 kerkdorp; de (Hervormde) kerk werd in dat jaaropgebouwd, de torenspits werd er drie jaar later opgezet en de klokovergenomen van de Friese gemeente Oudeschoot.

Rond 1850 stonden er in Zevenhuizen reeds 430 huizen en waren er 2600inwoners. In 1893 werd - naar men toen zei - Zevenhuizen uit haarisolement verlost, door de aanleg van de verharde weg Leek -Zevenhuizen.

BOERAKKER

Sinds de laatste grenswijziging op 1 januari 1 990 is het grootstegedeelte van het dorp Boerakker overgegaan naar de gemeente Marum. Erliggen nu nog 11 woningen in de gemeente Leek.